CCDD 46 – Petroleumboeren

Jan en Joop Haverkamp, wie kent ze niet. Voor het clubblad van mei 2005 vertelden zij het verhaal over hun sc Hoevelaken en het voetballeven dat daarbij hoort. Bij alle genoemde data in onderstaand verhaal moet derhalve 15 jaar worden opgeteld.

Jan over zijn scheidsrechterscarrière: “Ik ben op verschillende manieren begraven geweest”.

Joop over de voetballiefde van thuis: “Het feit dat we mochten gaan voetballen was al heel wat”.

Drieëntachtig jaar lopen ze al bij de voetbalvereniging mee. Samen althans. Jan en Joop Haverkamp. Jan is al lid vanaf de oprichting in 1963, Joop kwam een jaar later bij de vereniging. Inmiddels hebben ze beiden de stoffelijke herinnering ontvangen, die bij het veertig jarig lidmaatschap hoort. En nog altijd zijn ze in de overtuiging, dat Hoevelaken één van de gezelligste verenigingen is om te vertoeven. En zij kunnen het weten. Als voetballer, bondsscheidsrechter, supporter en begeleider van een elftal hebben de gebroeders Haverkamp vele verenigingen in de wijde omtrek van binnen en van buiten gezien. “Het gemoedelijke van een dorpsvereniging, met zo’n arsenaal aan vrijwilligers, kom je maar hier en daar tegen”.

Joop en Jan Haverkamp kunnen terugkijken op een kleurrijk verenigingsleven bij sc Hoevelaken.

In deze dubbelview doen Jan en Joop Haverkamp hun relaas. Over hun eigen, hier en daar letterlijk kleurrijke, voetbal- en scheidsrechterscarrière, over hun vrijwilligersrol binnen de vereniging en natuurlijk over Hoevelaken zelf. Jan en Joop hebben op dat gebied veel raakvlakken, maar het ergens samen over eens zijn is een ander verhaal. Tijdens het interview mocht ik getuige zijn van een discussie tussen de beide broers over de vergoedingen voor bondsscheidsrechters. We hebben het (bij wijze van spreken gelukkig) twee keer donker en licht zien worden. Zonder winnaar overigens.

Jan en Joop hebben deze kan veelvuldig mogen vullen.

Jan en Joop Haverkamp zijn de zoons van de petroleumboer. Ikzelf kan me herinneren, dat ik als kind regelmatig met de petroleumkan op pad werd gestuurd om aan de Oosterdorpsstraat petroleum te gaan halen. Je mocht dan meelopen naar achter het huis, waar in een houten optrekje de kan van vijf liter werd gevuld. Eerst werd de druk van de pomp opgevoerd, waarna de petroleum in pompbewegingen in de kan stroomde. De petroleumboer is er niet meer; de kan staat als herinnering aan deze momenten op de kast in de slaapkamer. Een dankbaar aandenken aan het Hoevelakense leven in de jaren zestig.

Het zijn diezelfde jaren zestig, dat Jan en Joop Haverkamp de voetbalwereld instappen. Jan begint zijn carrière bij “De Blauwen” in Nijkerkerveen. Wanneer in 1963 in Hoevelaken een voetbalvereniging wordt opgericht maakt Jan de overstap naar Hoevelaken. Een jaar later volgt Joop, maar erg gemakkelijk gaat dat allemaal niet. In het gezin Haverkamp, dat lid is van de grote kerk, staat het voetbal bepaald niet bovenaan op het prioriteitenlijstje. “Ik heb moeten doordrukken dat ik bij Veensche Boys kon gaan voetballen”, zegt Jan, waarop Joop aanvult: “Pa was geen voetballiefhebber. Hij kwam dan ook nooit kijken. Toen ik lid werd bij Hoevelaken was zijn eerste opmerking: ‘Dat houd je nog geen jaar vol’. Ik ben nu nog lid”.

In 1963 is Jan zestien jaar en dus nog een jeugdspeler. Maar een echte jeugdafdeling is er in het eerste jaar van de vereniging nog niet. “Je ging hier voetballen, begon te trainen en hoopte dan dat er een jeugdelftal werd opgericht”, legt Jan de voetbalsituatie van 1963 uit. “Er was zowat niks. Dus mocht ik als zestienjarige in de allereerste competitiewedstrijd van SC Hoevelaken met het eerste mee als wisselspeler. We verloren dik bij Hulshorst en ik ben niet ingevallen. Dat is de enige keer in mijn voetballeven dat ik bij het eerste heb gestaan. Ik was eigenlijk nog te jong, maar ik ben toch van Veensche Boys naar Hoevelaken gekomen omdat Teus van Rootselaar en Lammert van Uffelen in Hoevelaken lid werden. Bovendien kon je voor de wedstrijden en trainingen in Hoevelaken blijven, anders moest je naar het Veen”.

Joop komt bij Hoevelaken in 1964. “Ik werd lid omdat Jan voetbalde. Er waren inmiddels twee aspirantenteams en een juniorenteam. Ik was twaalf jaar en kwam in één van die aspirantenteams. Daarin speelden ook Henk van Zoeren en Wiegert van den Hoorn. Ik heb een jaar gevoetbald, daarna ben ik gaan keepen. Dat ben ik, met wisselend succes, altijd blijven doen. Henk van Zoeren was ook keeper. Om de week stonden we een wedstrijd op doel. De andere week moesten we gewoon voetballen. Dat hebben we gedaan totdat de keeper van het eerste, Piet Kokje, geblesseerd raakte. Henk mocht toen naar het eerste, ik heb het jaar in de junioren afgemaakt”.

            Joop Haverkamp en Henk van Zoeren. In de jaren zestig om en om keeper
            in de A-jeugd. Nu,  bijna veertig jaar later, samen in het begeleidingsteam
            van de A1.                                                                     (Foto van 2 april 2005)
Net als op bovenstaande foto zitten Henk van Zoeren en Joop Haverkamp naast elkaar is het juniorenteam uit de zestiger jaren. Staand vlnr: Arie van Hussel, Jan de Meijer, Wiegert van den Hoorn, Cees van Altena, Maas Beitler, Wout Bloemendaal, Henk Kous (leider).
Voor vlnr: Jop van den Berg, Henk van Zoeren, Joop Haverkamp, Theo Doppenberg, Jack Kuijpers, Erik Wiersma.

In zijn eerste seniorenjaar gaat de strijd om een plaats onder de lat in het eerste elftal opnieuw tussen Joop Haverkamp en Henk van Zoeren. “Ik heb van Wim Anema, de trainer in die tijd, twee wedstrijden een eerlijke kans gehad om te bewijzen dat ik beter was dan Henk van Zoeren”, zegt Joop. “Maar Henk was gewoon beter dan ik. Vervolgens heb ik van Bab Tiggelaven nul komma nul procent kans gehad in het tweede. Daar was Cees Draaijer keeper en Bab zwoer bij een oudere keeper. Draaijer was 36 en kon nog een tijd mee. Ik kwam in het derde en voelde me een keeper zonder toekomst. Nog altijd durf ik te zeggen, dat Bab mijn voetbalcarrière in de weg heeft gestaan. Hij heeft altijd de verjonging tegen gegaan”.

Het stoutste jongetje uit de klas

Jan en Joop Haverkamp hebben nooit het hoogste team van SC Hoevelaken gehaald. Joop niet, omdat zijn carrière voor zijn gevoel wordt geblokkeerd. Jan niet, vanwege zijn gebrek aan talent. “Ik ben nooit hoger gekomen dan het derde”, zegt hij. “De capaciteiten had ik niet”. Desondanks was Jan als voetballer wel altijd nadrukkelijk aanwezig en moest hij zich in de jaren zeventig regelmatig op het matje van het bestuur melden. Zo loopt een wedstrijd tussen Hoevelaken 3 en CJVV volledig uit de hand en ook later in het seizoen slaan bij Hoevelaken de stoppen door. Jan Haverkamp is bij beide incidenten betrokken, zoals valt op te maken uit de clubbladen uit het seizoen 1970/1971.

“Een wonder? Nee. Bij een explosief elftal als het 3e (vorig jaar het 4e) zijn bij een stel uitdagende spelers, die er bij onze tegenstander genoeg rond liepen, en bij een matige leiding van deze wedstrijd, alle factoren ideaal voor de nodige moeilijkheden. Die kwamen al spoedig, ja zeer spoedig. In de eerste helft al. Toen na de standen 1-0, 1-1 en 2-1 voor Hoevelaken de scheidsrechter een prachtig buitenspeldoelpunt van CJVV goedkeurde, lette hij in het geheel niet op de vlaggende grensrechter, noch op protesten van de spelers. Dat laatste is nog te begrijpen, maar waarvoor lopen er grensrechters? Wel, om naar te kijken. De grensrechter liet na de rust verstek gaan. Enfin, 2-2. Fraai werd het toen er na een Hoevelakens doelpunt afgetrapt moest worden. CJVV wachtte met de bal af te trappen. Scheidsrechter maande niet tot spoed aan. Na enige tijd zo gestaan te hebben, trapte Paul maar af, omspeelde twee man en liep richting CJVV doel. Scheidsrechter deed niets (ondanks CJVV protesten). Paul omspeelde nog twee man en liet de keeper kansloos. De scheidsrechter wilde het doelpunt toekennen! Heel CJVV protesteerde. Gevolg: doelpunt, uiteraard, niet toegekend. Aardig was ook het dreigement van een CJVV-speler, om Jan Haverkamp, zijn directe tegenstander, het ziekenhuis in te trappen. Toen Jan even later een keihard duel om de bal aanging, waarbij de tegenstander niet werd ontzien, zag de scheidsrechter hier natrappen in en stuurde Jan, terecht, van het veld. Dat er een zeer zware overtreding door Jan gemaakt is, trek ik niet in twijfel, maar natrappen was het volgens mij niet. Al met al kunt U nagaan dat de rust met een zeer ‘prettige’ sfeer begon. In de tweede helft had CJVV het beste van het spel en won uiteindelijk met 7-4”.   Naar aanleiding van deze wedstrijd werden er maatregelen genomen door het bestuur. Deze waren als volgt: Jan Haverkamp wordt geschorst van 15-8 tot 19-9. Dit zijn drie wedstrijden. Tevens heeft hij een proeftijd van een half jaar en mag zijn (voetbal) leven lang geen aanvoerder meer zijn van enig elftal van Hoevelaken. Deze straf is door het bestuur gegeven voor: natrappen, liederlijke taal en schelden op de scheidsrechter, het afgeven van de aanvoerdersband, toen hij zich niet meer bekwaam voelde langer aanvoerder te zijn.

In het clubblad van oktober 1970 geeft het bestuur uitleg over het sanctiebeleid dat door het bestuur wordt gevoerd. Dit naar aanleiding van de wedstrijd zoals hierboven beschreven, maar ook omdat “sommige spelers menen, dat het bestuur wel eens te zwaar straft, wanneer een speler bijvoorbeeld natrapt en/of de scheidsrechter bejegent in wat onvriendelijk woorden”.

De straf zoals omschreven voor Jan Haverkamp is “de zwaarste straf door het bestuur in de afgelopen twee jaar aan één van onze spelers opgelegd”, waarbij wordt aangevuld: “Dit laatste is gedaan, omdat betrokken speler/aanvoerder voor de tweede maal in dezelfde fout was gevallen”.

Erg veel indruk lijken de maatregelen, die door het bestuur zijn genomen, niet te maken op de spelers van genoemde derde elftal. De spelers Gert Wernsen, Willem van Diermen, W. Bos, Ellen Buitendam, Jan Haverkamp en J. Stam worden namelijk ook nog op het matje geroepen vanwege misdragingen tijdens een ‘vriendschappelijk’ wedstrijd tussen Hoevelaken 3 en Roda 4 in april 1971.

Geconfronteerd met bovenstaande artikelen haalt Jan nonchalant zijn schouders op. “Ik was inderdaad geen lieverdje in het veld”.

Een leven als bondsscheidsrechter

“Vanwege een carrière als ‘keeper zonder toekomst’ ben ik scheidsrechter geworden”, legt Joop zijn overstap van het doel naar de fluit uit. “Vanaf mijn zestiende floot ik al jeugdwedstrijden bij Hoevelaken en dat ging me niet slecht af. Totdat iemand me vroeg waarom ik niet ging fluiten. Op dat moment ben ik de scheidsrechterscursus gaan volgen en ben ik bondsscheidsrechter geworden. Dat was rond 1976. Inmiddels ben ik 29 jaar lid van de COVS, waarvan ik inmiddels ook de zilveren speld heb”.

Joop begint met fluiten in de laagste klassen van de afdeling Utrecht. Na diverse promoties maakt hij de stap van de afdeling Utrecht naar de KNVB. Na een jaar blessureleed degradeert hij weer, maar na twee jaar gefloten te hebben in de overgangsklasse lonkt de KNVB opnieuw. In West I fluit Joop wedstrijden in de derde- en soms tweede klasse. “Ik heb dat al die jaren met erg veel plezier gedaan”, zegt Joop. “Eigenlijk is het automatisch overgelopen. Zowel als keeper als als scheidsrechter ben je een individualist binnen het voetbal. Maar ik heb het altijd graag gedaan en ik vind het nog steeds leuk. Ik ben nu grensrechter bij de A1 en eens in de drie weken fluit ik nog wedstrijden bij de jeugd. Vanwege mijn kantinediensten kom ik nu minder aan fluiten toe”.

Ook Jan Haverkamp komt, vier jaar na Joop, uiteindelijk in de scheidsrechterswereld terecht. “Joop is door mij gaan voetballen, ik ben door hem gaan fluiten”, zegt hij, waarop Joop zegt: “Jan ging een keer mee naar een training van de COVS. Hij stond daar als voetballer niet bekend als een lieverdje. ‘Ga jij fluiten?’, was dan ook het commentaar. Ze vonden het erg goed, dat Jan dat aandurfde”.

Erg soepel gaat het fluiten in de beginjaren niet. “Ik floot zoals ik voetbalde”, legt Jan uit. “Wanneer ik als voetballer een trap kreeg, dan gaf ik er later in de wedstrijd één terug. Zo dacht ik als scheidsrechter ook. Wanneer ik zag, dat iemand een trap kreeg, dan dacht ik: ‘Die krijgt er zo één terug’. Ik wist dat ik iets niet goed deed, maar ik had geen idee wat. Later ging er een begeleider mee en toen ging het beter. Ik floot gewoon niet preventief genoeg. Als scheidsrechter ben ik dan ook op verschillende manieren begraven geweest”.

Terwijl het voetballeven in Hoevelaken op zaterdag zijn gang gaat, verblijven Jan en Joop Haverkamp als scheidsrechters elders. Veel moeite hebben ze daar niet mee. “Wanneer je als scheidsrechter tussen onbekende spelers loopt sta je neutraler in het veld. Het geeft een goed gevoel, wanneer je een wedstrijd met tweeëntwintig spelers tot een goed einde brengt. Fluiten bij je eigen vereniging is in dat opzicht veel lastiger.

Wanneer je bij Hoevelaken een wedstrijd gewoon volgens de regels fluit, dan krijg je veel commentaar. Die geluiden hoor je van veel collega’s, die als scheidsrechter bij hun eigen vereniging fluiten. Iedere bondsscheidsrechter heeft daar last van”. Maar het warme gevoel voor Hoevelaken blijft. “Na iedere wedstrijd gingen we eerst naar de kantine om te vragen hoe het is gegaan. En om een pilsje te drinken natuurlijk”.                      

 Na vele jaren met plezier door de regio te zijn getrokken wordt de liefde voor het scheidsrechtersvak toch minder. “Hoe hoger je kwam, hoe meer je een nummer werd”, geeft Joop als een van de redenen. “Daarnaast krijg je te maken met districten, waarin rapporteurs meer bezig zijn met hun eigen scheidsrechters te promoten, dan neutraal te begeleiden. In een stad als Utrecht bijvoorbeeld, kreeg je standaard een laag cijfer”. Vervolgens komt Jan met een verhaal, dat hij te maken krijgt met een rapport, waarin de feiten gewoon niet kloppen. “Zelfs de uitslag was verkeerd”, zegt hij. “Ook de namen van de gerapporteerde spelers klopten niet. Maar dat vonden ze bij de bond niet belangrijk. Uiteindelijk zijn we allebei vanwege problemen met de KNVB gestopt”.

De liefde voor de spelregels neemt met het afscheid als bondsscheidsrechter niet af. Joop is altijd geïnteresseerd geweest in de spelregelvernieuwingen, zegt hij. ”En nog altijd”. Vandaar dat hij het initiatief neemt, om spelregelteams in het leven te roepen, die gaan mee doen aan jeugdspelregelwedstrijden in de regio. Vijftien jaar lang leidt Joop jeugdspelers op tot voetballers met een goede spelregelkennis. Volgens hem heeft dat heel positief gewerkt. “Alle spelers die in de spelregelteams hebben gezeten begrijpen de scheidsrechter in het veld een stuk beter. Dat heeft Hoevelaken op dat gebied een goede naam in de regio gegeven. Daarnaast zijn er veel van die spelers bij de jeugd gaan fluiten”.

Samen met Klaas van de Heuvel ondersteunt Joop nog altijd de jeugdscheidsrechters binnen de vereniging.

Ook Jan fluit nog regelmatig zijn partijtje bij Hoevelaken mee. “Vooral de jeugdwedstrijden fluit ik graag. Wanneer er tijdens de wedstrijden iets gebeurt tussen mij en een speler van Hoevelaken, dan weet ik dat het jeugdbestuur achter de scheidsrechter staat. Dat bijbrengen van het besef van waarden en normen door het jeugdbestuur bij de spelers maakt, dat ik met plezier die C-junioren en D-pupillen fluit”.

Nevenactiviteiten

Jan en Joop Haverkamp zijn niet te beroerd, om ook op andere terreinen hun handen uit de mouwen te steken. Dat doen ze nu, dat deden ze ook vroeger al. Zo is Jan Haverkamp al actief, wanneer er in 1966 gewerkt moet worden aan de bouw van het eerste clubhuis. “Ik heb daar geholpen bij de aanleg van het sanitair en de verwarming”, zegt hij. Daarmee is de cirkel rond, want ook in deze tijd kan Harry Buis, die voor dat deel van het onderhoud verantwoordelijk is binnen de vereniging, een beroep doen op Jan. Daarnaast haalt Jan in de jaren zestig en zeventig de contributie op voor de jeugd en is hij actief bij het maken en distribueren van het clubblad, dat in die tijd niet alleen nieuws bevat over de voetbalvereniging, maar van alle bij de Sportclub Hoevelaken aangesloten verenigingen. “Het clubblad werd gestencild bij de “ouwe” Jan de Beer”, zegt Jan Haverkamp. “Hele tijden stond je aan die machine te draaien. Daarna bracht ik die clubbladen rond, terwijl ik de contributie ging innen. Dat ging in één moeite door”.

Joop Haverkamp is in de jaren zeventig actief als keeperstrainer van de jeugd en de dames. In de jaren tachtig is hij twee jaar voorzitter van de op dat moment functionerende pupillencommissie, waarin voor het eerst de herfstweek wordt georganiseerd. Op dit moment draait hij actief mee in de kantinedienst, is hij een trouw raper en bezorger van De Stip en maakt hij zich nuttig als grensrechter/leider van de A1.

Joop: “Vooral het werk bij de A1 is leuk, omdat we samen met Ben Boekhout, Henk van Zoeren en Jos Springveld zo’n geweldig team hebben. De beleving van de jongens is enorm, misschien wel groter dan bij het eerste. Dat mag de verdienste van voornamelijk Ben Boekhout worden genoemd”.

“Het streven met de A1 is, om spelers af te leveren voor het eerste. Jongens als Ben Boekhout en Henk van Zoeren zijn daar heel trots op. Dat is voor hen een enorm eerbewijs en goed voor de vereniging.  Wanneer je kijkt naar verenigingen die zowel een zaterdag- als een zondagafdeling hebben, dan wordt daar altijd aan de jongeren getrokken. Bij de meeste verenigingen gaat dat ook fout”.

Tot slot

“Als scheidsrechter kom je overal. Dan zie je pas, hoe gezellig het bij Hoevelaken is. In Hoevelaken hebben we veel vrijwilligers en een grote saamhorigheid. Dat is het voordeel van een dorpsvereniging. Wanneer je bij verenigingen in de grote steden komt of bij verenigingen met zowel een zaterdag- als een zondagafdeling, dan is het allemaal veel minder gemoedelijk”.

Antwoorden logo’s CCDD 44

1          Club Brugge

2          AZ Alkmaar

3          Lazio Roma

4          VVV Venlo

5          Sampdoria

6          Panathinaikos

7          Everton

8          Galatasaray

9          Werder Bremen

10        Sporting Portugal

11        Juventus

12        FC Basel

13        Celtic

14        Rode Ster Belgrado

15        Paris Saint German

16        Benfica

17        Norwich City

18        1. FC Köln

19        Red Bull Salzburg

20        Borussia Mönchengladbach

Top