CCDD 5 – Dubbelview

De schreeuwende stilte die er heerst vanwege COVID-19 is toch ook een gelegenheid om oude verhalen weer eens af te stoffen. Frans Overmars – die op de dag van dodenherdenking 89 hoop te worden –  en Ger Louis – ons helaas ontvallen maar nog altijd een gemis vanwege zijn enorme relativeringsvermogen – waren altijd goed voor duidelijke standpunten. Daarom hun Dubbelview uit september 2004 nog maar eens geplaatst.

“WANNEER ALLES DRAAIT ZIJN WIJ PAS TEVREDEN”

Het is zaterdag 11 september 2004, een prachtige zaterdag in het nog prille voetbalseizoen. Ik heb met Ger Louis en Frans Overmars afgesproken te zullen babbelen over hun huidige – en voormalige werkzaamheden voor onze voetbalvereniging. Plaats van handeling: buiten op het bankje, dat bevestigd is aan de muur van het territorium van Ger en Frans. Kortom, we zitten met de rug tegen de muur van de “Puuphoek”, waaruit alle thee, limonade, reserveshirts en sportkleding komen en waarin aan het eind van de dag de vuile was weer verdwijnt.
Wanneer ik om 11.30 uur op het genoemde bankje plaats neem, heeft Ger er al een halve dag opzitten. Zijn werkzaamheden beginnen al om kwart over zeven, wanneer er allereerst met Jan Epskamp en Wim Uiterwijk een kop koffie wordt gedronken. Vervolgens worden de vlaggen opgehangen, de hoekvlaggen klaargezet en de voorbereidingen getroffen voor de eerste limonade van de dag. Na een paar minuten wachten neemt ook Ger de tijd om op het bankje plaats te nemen. Hij geniet van het uitzicht op het (tweede) veld, slaat zijn armen schuin omhoog en zegt: “Alles is in actie, dan is het goed. Pas wanneer alles draait, zijn wij tevreden”.
Frans Overmars sluit later bij het gezelschap aan. Hij heeft de verantwoording over de middag deze dag. Vanaf dat moment is de structuur in het gesprek verdwenen. Zowel Ger als Frans hebben tussen de zinnen door de nodige werkzaamheden te verrichten en doen om en om hun verhaal over het vele werk dat binnen de vereniging gedaan wordt en gedaan moet worden en wat hun bijdrage daarin is. Of is geweest.

Ger en Frans zijn bij SC Hoevelaken binnen gestapt zoals zoveel kaderleden bij de vereniging binnen komen: als vader. Dus als supporter en trouwste fan van hun zoon(s). De voetbalhistorie van deze telgen ligt nog aan de Sportweg. Frans hoefde als buurman van de SC Hoevelaken alleen zijn zoons maar over het hek bij ‘meneer De Wilde’ af te leveren en daar zelf achteraan te gaan. “Dat was in ’71 of zo iets”. Ook Ger woonde op steenworp afstand van het oude complex en was derhalve regelmatig langs de lijn te vinden. Blauwe maandagen waren dat bepaald niet, want de zonen van de huidige theezetters doorliepen niet alleen de hele jeugdafdeling, maar haalden ook het eerste elftal. Peter Louis maakte vader Ger trots (René als keeper haalde het eerste elftal niet), Frans zag zelfs in twee wedstrijden alle drie zijn zoons tegelijkertijd in de hoofdmacht spelen. Doelman Rob, laatste man Hans en spits Frank vormden in die wedstrijden in de jaren tachtig vrijwel de gehele as van het eerste. “Dat was een hele aparte ervaring kan ik je zeggen. Helaas zijn ze alle drie voor het voetbal afgekeurd vanwege ‘Overmarsknieën’”.


Ger  Louis en Frans Overmars zijn binnen SC Hoevelaken vrijwel onafscheidelijk

Bestuursfunctie
Wanneer je als vader vaker dan één keer je gezicht laat zien langs de lijn, is de kans niet onwaarschijnlijk dat je binnen de kortste keren wordt benaderd voor een kaderfunctie. “Omdat je elke zaterdag naar je zoon komt kijken gaat er een lichtje ergens branden”, zegt Ger. “Dan kun je wel wat kunt doen. Tijdens één van de wedstrijden die ik stond te kijken kwamen Arie van Hussel en toenmalig jeugdvoorzitter Dirk Glandorf verdacht naast me staan. Ze wilden wel eens praten over het jeugdvoorzitterschap. ‘Het stelt bijna niets voor’, werd erbij gezegd. Na een gesprek met het jeugdbestuur heb ik de klus aanvaard en die taak twaalf jaar lang met veel plezier gedaan. In die tijd is het beleidsplan geboren en in werking getreden en vanuit de KNVB moest er een jeugdcoördinator komen. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste ontwikkelingen geweest in mijn periode als jeugdvoorzitter. Verder zijn we doorgegaan op de weg die men bij de jeugd al was ingeslagen”.
Aan het eind van het seizoen 2000/2001 neemt Gerard Smeenk de taak als jeugdvoorzitter van Ger Louis over. “Op een gegeven moment betrap je jezelf erop, dat je te gemakkelijk gaat worden. Je gaat te routinematig denken. Dan is het beter om je werk over te dragen aan een ander. Ik heb twaalf hele mooie jaren gehad, met een fantastisch afscheid, want in mijn laatste jaar werd de A1 kampioen”.

Frans Overmars neemt het gesprek van Ger Louis over. Ger moet even thee gaan zetten, want er zijn drie clubs die bijna moeten gaan rusten. Fluitend verdwijnt hij in zijn domein.
Halverwege de jaren tachtig wordt Frans secretaris van SC Hoevelaken. De voetbalvereniging huist op dat moment nog altijd aan de Sportweg. “Jan Baas kwam vragen of ik een uurtje in de week tijd had. Ik hoefde alleen maar een paar briefjes te typen. ‘En, o ja, op donderdagavond komt het dagelijks bestuur even bij elkaar. Dat is maar een half uurtje’. Het zijn de bekende kreten, maar vanaf dat moment leef je zo’n beetje op het complex. Het kost wat tijd, wordt er gezegd. Ammehoela, je houdt geen tijd over”.
In de bestuursperiode van Frans verhuist SC Hoevelaken van de Sportweg naar het Kerkepad. Aan de vervelende periode, dat er door de senioren op de Sportweg wordt gevoetbald (en zelfs een seizoen lang in Hooglanderveen) en de jeugd op het Kerkepad, waar ze te gast zijn bij de korfbalvereniging, komt eindelijk een eind. “Die overgang naar – en opening van Kleinhoven was een grootse happening, iets om je voor op de borst te rammen toentertijd”.
Naast het afscheid van de Sportweg nam SC Hoevelaken ook afscheid van de afdeling Utrecht. In het seizoen 1985/1986 wordt Hoevelaken kampioen en krijgt de club een KNVB-status. “Vooral die kampioenswedstrijd in Utrecht tegen Hercules staat me nog goed bij”, zegt Frans. “Wat een fantastische avond, met twee schitterende goals van Ben Boekhout”.

Jonge Jenever Club
Na zijn afscheid als secretaris van SC Hoevelaken in oktober 1997 blijft Frans Overmars op Kleinhoven ‘wonen’. “Ik had aangeboden om af en toe eens op de ochtend wat dingen te doen. Al heel snel was ik hier iedere morgen. Voornamelijk om de rotzooi op te ruimen die iedereen achter z’n kont had laten liggen. Verder moest de was gedaan worden en de lijnen getrokken. In heb dat jaren alleen gedaan. Later is Ger erbij gekomen”.
“Je bent gewend hier iedere zaterdag te zijn”, legt Ger zijn helpende hand uit. “Wanneer je geen bestuursfunctie meer hebt, komt er toch een leegte. Frans had assistentie nodig. Toen zei ik: ‘Dan kom ik wel’. Ik ben gaan helpen met de was en het trekken van de lijnen. Dat deed Frans iedere vrijdag alleen. Uiteindelijk hebben we dat een paar jaar samen gedaan”.
Inmiddels hebben Frans en Ger voor al deze werkzaamheden hulp gekregen. “De laatste twee jaar zijn Henk Westerman, Joop Gerth, Henk Reemst, Gerrit van Beek, Hans Borghols en zelfs Jan Baas erbij gekomen. Zij hebben inmiddels de naam ‘Jonge Jenever Club’ gekregen, omdat de werkzaamheden worden afgesloten met een borreltje. “Dat beschouwen we maar als ons loon”.
De JJC is de laatste twee jaar zo gegroeid, maar ook de werkzaamheden nemen daarmee toe. De schoonmaakploeg van de kantine is opgeheven en die werkzaamheden worden er op maandagmorgen ‘even’ bij gepakt. “We kunnen nu niet meer zonder deze groep”, zegt Frans. “Wanneer ik de uren optel, dan heb ik hier vorige week ook weer zo’n twintig uur gelopen”.
Mocht er na afloop van de ochtendactiviteiten geen jenever meer worden geschonken, dan kan de naam van de JJC naadloos overgaan in mopperclub. “Wanneer je iedere maandag zo het weekend doorneemt, dan moet er gekankerd worden”, zegt Frans. “Anders is er geen zaterdag geweest”.

De €uro 40 club
Naast alle, vrijwel dagelijkse, werkzaamheden hebben Frans en Ger ook nog tijd, om als toezichthouder te fungeren van de €uro-40 club en daarvoor leden te werven. “Ik zie deze club wel zitten als een leuke bron van inkomsten”, zegt Frans Overmars. “De heer Willemsen had dat indertijd opgezet als ‘Club van Honderd’, maar die hield er van de ene op de andere dag mee op. Het bestuur wilde die taak niet op zich nemen. Ik vond dat zonde, want zo’n club is gevonden geld. Daarom heb ik die taak op me genomen en later is Ger daarbij gekomen. Die club loopt goed, want we hebben inmiddels meer dan zestig leden. Van de bijdragen van deze mensen hebben we al een aantal leuke dingen voor de vereniging kunnen realiseren”.

Opa
De volgende generatie Overmarsen en Louis’ heeft zich inmiddels aangediend bij SC Hoevelaken. “Ik ga regelmatig kijken, wanneer de kleinkinderen moeten voetballen”, zegt Frans. “De ellende is alleen, dat wanneer ik hier loop, ik me niet de rust gun om een uurtje te gaan kijken. Dan doe ik toch weer allerlei dingen tussendoor. Maar uiteraard is het hartstikke leuk, dat ik ook mijn kleinkinderen als voetballer mag meemaken”.
Voor Ger geven zijn kleinkinderen hem het gevoel, dat de geschiedenis zich herhaalt. “Alles begint weer van voren af aan. Nu de kleinkinderen bij de F-jes lopen zie je ook weer nieuwe vaders komen. Er wordt weer onderaan begonnen. Voorlopig kan ik er dus weer dertig jaar tegen”.

De dag nadert haar einde. De hoekvlaggen moeten worden teruggezet, de vlaggen worden binnen gehaald. “En dan beginnen we met de was”, zegt Ger, “want de reserveshirts worden iedere zaterdag gebruikt. Soms komen we zelfs op zondag terug. Dan halen we de ene was eruit en doen we de volgende erin”.

Om het gesprek af te ronden, vraag ik of beide ‘duizendpoten’ nog iets aan het verhaal willen toevoegen. “Als ik nog wat kwijt wil, dan ga ik kankeren”, zegt Frans. “Ik wil discipline in de club hebben, maar die komt er toch niet. En misschien is dat wel de charme van de vereniging. Wanneer alles volgens het lijntje gaat, werkt het ook niet”.

Top