CCDD 56 – Uit de kelder van scH

Wat is de houdbaarheidsdatum van iets dat al tien jaar in de kelder staat? In de figuurlijke kelder van sc Hoevelaken, welteverstaan. Onderstaand verslag komt uit het clubblad van oktober 2010, bijna een decennium geleden. Zou er iets veranderd zijn?

Met Hoevelaken 8 op puntenjacht.

Lieve lezers,

Heel (voetballend) Nederland kent Huntelaar, Robben en Van de Vaart. Logisch uiteraard, ze spelen aan de top, verdienen een aardig zakcentje en de vrouwen liggen aan hun voeten, smachtend om de creditcard. Maar wie weet er van het bestaan van Kijlstra, Verkerk en Richters om er maar eens een paar te noemen. Ook voetballers, maar dan in de marge van het edele spel. Geen uitzinnig klappend publiek, geen P.C Hoofdstraattractor, gewoon ’s morgens naar de baas met een paar flinke bruine boterhammen met kaas voor tussen de middag. Geen Italiaanse topclub ontvangen in de Arena op prime-time maar zaterdagmiddag 3 uur uit tegen Lelystad 8. Geen internationale glamourparty’s maar gewoon thuis op de Ikeabank met moeders de vrouw Lingo kijken.

Klinkt een beetje triest allemaal, nietwaar? Toch is er iets wat het de moeite waard maakt om alle helden van het 8e eens te presenteren aan het grote publiek. Te beginnen in de Stip. Het grote verschil met de Grote Voetbaljongens is dat deze sterren het puur voor hun plezier doen en dat ook weten uit te stralen, met altijd weer een ontlading tijdens de 3e helft. Daarom, lieve lezers, kan ik recht uit het hart en met grote trots aan u presenteren, het 8e!

Marcel de Ridder: Staat voor aanvang van de wedstrijd al op een mentale voorsprong op zijn directe tegenstander door zijn enorme voorkomen. Als hij vervolgens ook nog eens over het veld begint te denderen is het in 100% van de gevallen psychisch gedaan met de tegenpartij.

Jeroen van Dijk: Keeper uit het Gabbertijdperk, inclusief Australian trainingspak. Vertelde ooit in de derde helft dat hij zijn vrachtwagen heeft gepijnigd tijdens een dollemansrit uit Rome. Dit alles om op tijd te zijn voor het Oud en Nieuwfeest waar hij eens flink de bloemetjes buiten wilde zetten. Heeft het inderdaad gehaald maar was zo kapot van de reis dat hij in slaap is gevallen en geen vuurpijl heeft gezien.

Richard Timmerman: Blinkt uit in de combinatie van snelheid en motoriek. Lijkt met zijn zwaaiende armen ook niet te misstaan op een volleybalveld. Heeft tijdens het beroemde elftaluitje in Groningen veel geld verdiend met een act als dakloze.

Erik Smink: Type Dirk Kuijt met een griezelig makende overeenkomst op het moment dat Erik zijn duim opsteekt na een goede pass die weer niet heeft geleid tot een doelpunt.

Ernst Beitler: Heeft erg veel last van de zwaartekracht en speelt daarom altijd met een soort handrem. Is radeloos op zoek naar zijn eerste velddoelpunt in zijn carrière. Is gepositioneerd als linkshalf, loopt daar namelijk het minst in de weg.

Edwin de Jong: Echte kroegtijger die het presteert om door het elftal om 14.55 uit zijn bed te worden gebeld, erachter te komen dat er een tandenborstel in zijn mond zit en dat de retourrestanten van een broodje shoarma in de wasbak liggen, en toch om 15.00 uur bij de aftrap aanwezig is.

Gijs van Ginkel: Telg uit een boerenfamilie, maar daar merk je bij Gijs helemaal niets van. Voetbalt bijna net zo slim als zijn zwager Hans van de Haar. Een bijzondere kwaliteit is dat hij als verdediger enorm veel speeltijd weet door te brengen in het strafschopgebied van de tegenstander.

Erik Kijlstra: Heeft een abonnement bij Dr. Gaasbeek, een specialist op het gebied van knieoperaties. Altijd weer spannend als hij in de kleedkamer de (immer geniale) opstelling bekendmaakt. Blijft als directeur eigenaar van een wegenbouwbedrijf op de kleintjes letten en twijfelt daarom of hij de nieuwe shirtsponsor moet worden.

Robin Simons: Het vermoeden bestaat dat Robin tijdens de wedstrijd allemaal wiskundige patronen ziet in combinatie met natuur- en scheikundige elementen. Raakt daardoor nog wel eens in de war en vergeet dan de bal gewoon naar voren te schieten.

Mathijs van der Horst: Loopwonder met een enorme actieradius, totdat het overdrukventiel weigert en hij uit elkaar klapt. Vindt het mooiste moment tijdens de wedstrijd, de ingooi.

Marnix van Wely: Met zijn Brabantse accent zaait hij altijd verwarring bij de tegenstander, dit is toch regio Oost? Nuttige speler bij uitwedstrijden want hij heeft de grootste auto.

Erwin de Boer: Goochelt met de bal en de aandelen van de spelers. Wordt tegenwoordig verdacht vaak gesignaleerd op een door de ING gekochte tribuneplaats bij FC Utrecht. Tipt FC Zwolle overigens als toekomstig landskampioen.

Jan Willem van den Berg: Heeft op zijn C.V staan dat hij nog nooit heeft verloren met judo van Dennis van der Geest. Gebruikt in het voetbal zijn judotalenten volop maar ligt uiteindelijk zelf in de knoop omdat voetbal voetbal is en judo judo.

Dave Huurdeman: Overziet met zijn lengte als laatste man in een keer het veld. Komt er elke keer weer achter dat die andere kant van het veld toch wel heel ver weg is. De verwachting is dat Dave het lukt om ooit nog eens een vliegtuig uit de lucht te schieten.

Jos(je) Meijer: Geniet als Benjamin van het elftal nog elke week in de dug-out van het door zijn moeder klaargemaakte lunchpakketje. Kan heel erg enthousiast vertellen over het laatste schoolreisje. Dat Jos over onverwachte kwaliteiten beschikt bleek tijdens het al eerder genoemde uitje in Groningen toen hij als “Last Man Standing” de hele selectie ‘s nachts weer veilig naar de boot wist te loodsen.

Jan Verkerk: Beschikt over een indrukwekkende vleespet die een half uur na het douchen nog nadampt. Kent maar twee wegen en dat is de snelweg en de weg naar het doel.

Peter Richters: Lijkt niet alleen op Wesley Sneijder maar is het ook, het enige verschil is dat Wesley een straatschoffie is uit Utrecht en Peter uit Arnhem. Om onbegrijpelijke redenen heeft Wesley het toch verder geschopt.

Tonnie Reemst: Krijgt elke wedstrijd weer massaal de handen op elkaar van het publiek door zijn rol als grensrechter. Kon het spel laatst niet meer aanzien en heeft toen de vlag overgedragen aan de 12(!) jarige Jari Beitler, het levende bewijs dat voetbaltalent altijd een generatie overslaat. Vanaf dat moment begon het 8e punten te pakken, het lek is boven!

Ernst Beitler

Noot van de redactie: Onbegrijpelijk dat deze analist nog nooit is uitgenodigd aan de tafel bij Genée.

Top