CCDD 64 – Groeibriljantjes

In het clubblad van april 2006 was een aandoenlijk stukje over Hoevelaken D4 opgenomen, waarin Bert Huisman beschrijft dat je ook plezier in je sport kunt hebben wanneer je niet altijd wint.

Hoevelaken D4 Groeibriljantjes in de knop

De deur gaat open. Er zeilt een tas de keuken in. “Zeker weer verloren, hè,” zegt zijn moeder. W. stapt naar binnen, doet de koelkast open en pakt iets te drinken. “Tja, met zo’n krukkenteam win je ook nooit. Waarom denk je dat ik nooit kom kijken? Een keer shirtjes wassen is haast al te veel.”

“Och ma, het was maar 0-6 vandaag, maar het was wel weer heel gezellig.” W. pakt zijn glas en loopt de kamer in. Hij ploft op de bank en zapt langs de programma’s op de tv. “Jongen, ik snap niet dat jij nog lol hebt in dat voetballen. Ga toch wat anders doen,” klinkt het, een beetje chagrijnig, vanuit de keuken. “Het gaat toch om het winnen. Jullie verliezen alleen maar.”

“We hebben trouwens al twee keer gewonnen hoor,” is het antwoord vanaf de bank.

“Nou, als dat zo doorgaat, stap ik naar het jeugdbestuur”. Moeder komt de kamer binnen stappen en vervolgt mopperend: “Misschien moeten jullie vaker trainen of moet er een nieuwe leider gezocht worden. Dit vind ik maar waardeloos!!”

W. zucht eens diep op de bank. “Mam, ik zal het nog eens uitleggen. De doelstellingen van het jeugdbestuur voor dit seizoen voor de D4 zijn: teambuilding, cohesie, vanuit flexibiliteit streven naar uniformiteit en positieve energie als spirit.” De mond van moeder klapt open van verbazing: “Waar haal jij die wijsheid vandaan?”

“Kom eens een keer kijken zaterdag, dan kun je zien dat groeibriljantjes op heel veel verschillende manieren kunnen exploreren, inspireren en stimuleren.” W. tuurt de tuin in naar de magnolia. Deze zit vol knoppen. Er zijn knoppen die net zijn opengevouwen tot een prachtige bloem; knoppen die op het punt van openbarsten staan en knoppen die nog dik in hun veilige omhulsel zitten.

“Nou, ik snap er niks van, maar ja misschien moet ik maar eens komen kijken. Dan zal ik ook je vader meenemen, want die heeft de hoop allang opgegeven.” Moeder draait zich om en loopt verbouwereerd de keuken in.

Zaterdag om 12 uur klinkt het fluitje van de scheids. D4 is weer aan één van zijn partijen begonnen. Enthousiast zijn de “boys” naar het veld gefietst. Met veel plezier hebben ze zich omgekleed. Al dollend hebben de “mannen” hun warming-up gedaan. De voorbespreking en de opstelling gebeuren in één minuut. Ook nu wordt er weer dik verloren, maar een ieder doet zijn stinkende best om er het beste van te maken. Na het laatste fluitsignaal wordt er even kort stil gestaan bij weer een nederlaag. Gelukkig wordt er al snel weer gelachen.

In een hoekje van het veld tussen de bomen staan de ouders van W. stil te kijken. Natuurlijk wordt er wel eens gemopperd door de “beste stuurlui aan de wal”, maar verder zijn de meeste ouders ook positief. “Goed gewerkt, jongens.” “Goedzo, je maakte bijna een doelpunt; jammer dat je uitgleed.” ”Geeft niks, de tegenstander was ook veel groter.”

W. rent na de wedstrijd naar zijn ouders. “Zien jullie nu wel. Groeibriljantjes kunnen op verschillende manieren schitteren hoor. Wij kunnen schitteren van plezier, van een mooie goal, van een goede actie van de keeper en van al die lol er om heen. Tot straks.” W. rent vrolijk achter zijn teammaatjes aan naar de kleedkamer.

Moraal van dit verhaal: De D4 weet echt wel wat verliezen is. We hebben dit seizoen tot dusverre twee keer gewonnen en twee keer gelijk gespeeld. Maar de D4 is ook niet voor niets de D4. Bij al die eerstejaars D-voetballers en veel eerstejaars veldvoetballers is er wel een stijgende lijn te ontdekken. Het grote veld is bekend, de eigen plaats is niet meer vreemd en zelfs buitenspel begint door te dringen. Ik vind het nog steeds knap dat de jongens meestal vrolijk en enthousiast blijven. En ach, sommige groeibriljantjes hebben heel veel tijd nodig om tot ontplooiing te komen. Geef ze de tijd.

Een nog steeds tevreden leider, Bert Huisman

Top