• In de bespreekkamer hing, voordat de lijst het begaf, een foto van Hoevelaken A1 uit het seizoen 1991 - 1992. "Het beste A1 allertijden", was er handgeschreven aan de foto toegevoegd. En de lichting van destijds vindt dat nog steeds. Niet voor niets gaat de kern van dit team jaarlijks nog met elkaar uit eten.

    Eens in de zoveel tijd vindt een spelersgroep elkaar op zódanige wijze, dat een hechte band ontstaat, gekoppeld aan prestaties. De Hoevelaken A1 lichting uit het seizoen 1974 - 1975 vindt zichzelf ook zo'n team. Het is niet voor niets, dat de hele spelersgroep vrijdag 12 december 2025 alweer voor de tweede keer bijeen kwam. In januari 2010 gebeurde dat ook al, toen Frank Overmars met zijn voormalige teamgenoten zijn 50e verjaardag vierde.

  • Hoevelaken A1 uit het seizoen 1974 - 1975, tijdens een eerste reünie op 2 januari 2010 en tijdens een tweede reünie op 12 december 2025.

    Staand vlnr: Henk Geurtsen, Sigmund Beitler, Jack Wouterse, Aalt van Doornik, Arnold van den Hoeven, Henk van Middendorp, Frits van Dijk en trainer/coach gerard van de Grootevheen.

    Voor vlnr: Frans van den Berg, Ben de Graaf, Geurt Ruitenbeek, Bert van den Hoeven, Frank Overmars en Bart de Meijer.

  • Tijdens de bijeenkomst, waar onder andere een quiz op het programma stond, liep Arnold van den Hoeven in een speech nog eens alle spelers na.

    Gerard van de Grootevheen was aanhanger van het Totaalvoetbal. Het grote voorbeeld was natuurlijk het Nederlands elftal dat in 1974 furore maakte in West Duitsland. Met opkomende backs,  inschuivende voorstopper, een corrigerende laatste man, meevoetballende keeper plus druk zettende aanvallers en middenvelders. Voorwaarden: het elftal moest beschikken over spelers met een goede techniek, tweebenigheid, spelinzicht en conditie. Randvoorwaarde: in en buiten het veld moet het goed klikken. Dat laatste was nog maar de vraag bij het Nederlands elftal. In het seizoen 1974/1975 bewees de A1 dat het niet alleen over goede spelers beschikte, maar dat de sfeer in en buiten het veld goed bleef. Dit bracht uiteindelijk het kampioenschap teweeg.

    Het hele seizoen 1974/1975 hebben we het gedaan met 14 man. Gerard was multifunctioneel. Trainer, leider, vlagger en verzorger.

    We nemen de spelers nog eens door.

    Vaste wissel Henk Geurtsen. Overal inzetbaar. Trainde hard maar had de pech dat de anderen over net iets meer talent beschikten. Bleef wel altijd positief en kon regelmatig rekenen op wisselbeurten. Vooral omdat de jonkies binnen het team het fysiek vaak zwaar hadden en moeite hadden een hele wedstrijd uit te spelen.

    Ben de Graaf, eveneens vaste wissel. Best verwonderlijk. Was op de Kyftenbeltschool samen met Frans van den Berg namelijk uitblinker van ons schoolvoetbalteam. Helaas had hij de pech dat hij pas laat op voetballen mocht. Hierdoor heeft hij niet de juiste hardheid en scherpte in zijn spel kunnen leggen. Hij zorgde met zijn droge humor en woordspelingen voor veel hilariteit. Hij was ook degene die gebeurtenissen, bij sommigen door drank in mist opgegaan, onthield en er later over verhaalde.

    Keeper Bert van den Hoeven: fameus om zijn katachtige reflexen. Had hij het op zijn heupen, dan ranselde hij de ene na de andere bal uit het doel. Bert was sociaal gezien de vreemde eend in de bijt. Keepers zijn vaak vreemde snuiters die leven in hun eigen bubbel. Een beetje goede keeper heeft die kwaliteiten. Overigens is Bert de laatste jaren steeds socialer geworden.

    Laatste man Aalt van Doornik: vormde met Frans van de Berg het hart van de defensie. Corrigeerde gaten in de verdediging en hanteerde - indien nodig - de sliding oftewel handrem. De sliding zette hij in met zijn vanuit de tegenstander gezien binnenste been. Mocht hij onverhoopt de bal en de man missen dan behield hij met zijn buitenste, vrije been, alsnog de mogelijkheid de tegenstander de vrije toegang tot het doel te ontzeggen. Mocht dit op een of andere manier toch niet lukken, dan was daar Gerard met de onverbiddelijke vlag omhoog wegens vermeend buitenspel. Ons laatste slot op de deur.

    Pino hield de ploeg na de wedstrijd bij elkaar. Je moest wel van zeer goede huize komen om uit te leggen dat je belangrijker zaken te doen had dan bier drinken in groepsverband.

    Voorstopper Frans van den Berg: technisch en fysiek gezien een van de betere voetballers. Over de grond en in de lucht zeer bedreven met zijn fijne motoriek.
    Kon de boel in en buiten het veld met snedige opmerkingen heerlijk opnaaien. Bij dreigende escalatie bracht hij met een kwinkslag, glimlach en knipoog de sfeer weer tot bedaren.

    Rechtsback Sigmund Beitler: droeg met inzet en wilskracht bij aan het stokpaardje van Gerard: niet aflatend en tot in den treuren opkomen en de achterlijn proberen te halen voor de voorzet. Was in eerste aanleg aanvoerder, maar moest van Gerard zijn band overdragen aan Geurt vanwege een door het bestuur opgelegde schorsing. Sigmund was door de scheidsrechter weggestuurd in een van de voorbereidende wedstrijden. Tot op de dag van vandaag is Sigmund hier verbolgen over en neemt hij dat Gerard kwalijk. Stond bekend om zijn onbedaarlijke lachsalvo’s. Scoorde hij onverhoopt zelf een doelpunt, dan vergezelde hij dit heugelijke feit met uitzinnige kreten en vreugdedansen.

    Linksback Henk van Middendorp: begenadigde linkspoot met een loepzuivere voorzet. Dreef de rechtsbuiten van de tegenstander tot wanhoop, omdat hij met hen aan de haal ging in plaats van andersom. Stond buiten het veld bekend als stille genieter. Is de enige die nog wekelijks voetbalt.

    Rechtshalf Geurt Ruitenbeek: aanvoerder en stofzuiger van ons team. Vulde de gaten op die ons aanvallend ingesteld team wel eens liet vallen.
    Je herkende Geurt aan zijn typische stijl van rennen. Hij hield zijn armen gestrekt en zwaaide daarbij met beide handen naar de grond. Het leverde hem de bijnaam “mierenzwaaier” op. Zorgde buiten het veld voor de bieraanvoer. Duidelijk was dat Geurt geknipt was voor de horeca. Hij zorgde ervoor dat mensen zich op hun gemak voelden. Net zoals hij er in het veld voor zorgde dat zijn teamgenoten beter gingen voetballen met dat slot achter de deur.

    Middenvelder Arnold van den Hoeven: moest strooien met de passes om met name de snelle Frits van Dijk en de opkomende backs te bedienen. Pakte regelmatig een doelpuntje mee. Zijn rol buiten het veld was meer het assisteren van zijn drinkenbroeder Pino. Mocht iemand van het gezelschap vóór sluitingstijd de kantine willen verlaten, stuitte hij na Pino nog op hem.

    Linkshalf Bart de Meijer. Balgoochelaar, maar ook balverliefd. Die eigenschap bracht het gevaar met zich mee dat de vaart uit het spel werd gehouden. Dat leverde in het begin hoofdbrekens op bij onze coach. Aan Gerard de niet geringe taak hem nuttig te maken voor het elftal. Dit is uiteindelijk gelukt. Bart schikte zich en leverde een nuttige bijdrage aan het team. Zijn gespierde lichaam en rechte houding stonden symbool voor kracht en onoverwinnelijkheid.
    Buiten het veld speelde hij de rol van nar. Als je uitspraken telkens blijft herhalen worden ze vanzelf humor.  De uitspraken “of niet dan” en “hei jie ok een breur die achteruutloopt”, en met name “Zu’k dekken dat bokje”, zijn legendarisch.

    Linksbuiten Frits van Dijk. Razend snel en balvaardig. Uitvinder van de Schwalbe. In uitzichtloze situaties kon hij in het strafschopgebied ineens besluiten een tegenstander op snelheid op te zoeken. Er langs heen klapte hij met zijn linker- tegen zijn rechtervoet. Hief zijn beide armen en benen  omhoog, holde zijn rug en achterwerk en eindigde in een buiklanding. Bijna alle scheidsrechters trapten hier met boter en suiker in en zagen er een strafschop in.

    Frank Overmars was, samen met Jack Wouterse, spits van ons elftal. Jonkie van ons team. IJzersterk over de grond en in de lucht. Scoorde zelf aan de lopende band, maar was ook onze vaste waarde voor het verzilveren van de door Frits versierde strafschoppen. Had wel moeite om het tempo bij te benen. En dan bedoel ik niet in maar buiten het veld. Desondanks vond zijn vader Frans dat hij niet op voetballen zat, maar op bierdrinken.

    Spits Jack Wouterse: was in die tijd slank en fit. En kon ook nog eens goed voetballen. Hij was kopsterk en pakte heel wat goaltjes mee. Zijn vliegende slidings waren berucht en bevreesd. Bovenal was hij sfeermaker in en buiten het veld. Als het soms wat minder liep in de eerste helft en er een wat bedrukte sfeer heerste in de rust, wist hij dat te doorbreken met een kwinkslag of act. Beroemd is de plastic bekers scène. Als de thee genuttigd was verzamelde Jack de bekers en stelde die in een rij op een verlaagd muurtje in de kleedkamer. De bekertjes stonden symbool voor de tegenstanders. Stuk voor stuk sloeg hij met gerichte vuistslagen de bekers van het muurtje, telkens begeleid met een trommel op de borst om het fysiek wat echter te lijken.
    Met deze act beeldde Jack uit hoe wij de tegenstander in de tweede helft zouden verpulveren.